Dit is een website van Stimular
Ook van Stichting Stimular: Milieubarometer | MVO-balans | Kansen bij Verkassen | Duurzaam MKB

Zwijndrecht plaatst vierhonderd gratis zonnepanelen

'Zwijndrecht plaatst in één keer 400 zonnepanelen op 7 gemeentelijke panden', luidde het nieuws in oktober 2012. Niet echt opvallend zou je zeggen. We zien het de laatste tijd steeds meer: gemeenten die in zonnepanelen investeren. Om het goede voorbeeld te geven, om tegemoet te komen aan klimaatdoelstellingen die de gemeente zichzelf stelt of simpelweg om energie te besparen.

Zwijndrecht bijzonder

Toch is de manier waarop het ging in Zwijndrecht bijzonder. De zonnepanelen kosten de gemeente namelijk niets. Ze worden betaald door HVC, het energie- en afvalnutsbedrijf waar 52 gemeenten en zes waterschappen aandeelhouder van zijn. Vanuit de raad was er de wens om te investeren in zonnepanelen, maar het budget was erg krap. De gemeente is met HVC om tafel gaan zitten, om tot een slimme financieringsconstructie te komen. Afgesproken werd dat HVC de panelen zou betalen én onderhouden en twintig jaar lang de opbrengst zou krijgen. Na die twintig jaar is HVC ruim uit de kosten en zijn de panelen eigendom van de gemeente. Die profiteert dan nog jarenlang van de opbrengst.

Opbrengst

Met 400 panelen wekt de gemeente jaarlijks 90.000 kWh op, wat vergelijkbaar is met het energieverbruik van 25 woningen. Dit brengt ook een reductie van CO2-uitstoot met zich mee. Daarnaast draagt het bij aan het goede voorbeeld dat de gemeente wil geven aan bewoners en bedrijven. Zowel HVC, als de gemeente hopen dat andere gemeenten, bedrijven en bewoners het voorbeeld volgen.

Waar laat je 400 zonnepanelen?

De zonnepanelen komen te liggen op scholen en gymzalen. Daar verdienen de panelen zich het snelste terug, door de hogere energietarieven. Het gemeentehuis zelf krijgt dus voorlopig nog geen zonnepanelen. De slimme financieringsconstructie was een eerste stap. De volgende stap is het oprichten van een energiecoöperatie, zodat bedrijven en bewoners ook mee kunnen doen.

Bron: P+ januari en februari 2013