Dit is een website van Stimular
Ook van Stichting Stimular: Milieubarometer | MVO-balans | Kansen bij Verkassen | Duurzaam MKB

Zo regel je een WKO optimaal in

Een warmte- koude opslag (en opwek!)- systeem (WKO) ontwerpen en realiseren is een kunst, het succesvol beheren of exploiteren van een WKO niet minder. Unica Ecopower geeft de 7 gouden tips voor het optimaal inregelen.

1. Pas WKO alleen toe als warmte- en koudevraag dit toelaten

Als de jaarlijkse warmte- en koudevraag van de aangesloten afnemer(s) teveel uit elkaar liggen kan dit, zonder kunstmatig ingrijpen, leiden tot een thermische onbalans in de bodem en/of een slecht rendement van de installatie op langer termijn. Het is dus zaak om in het ontwerpstadium kritisch af te wegen of WKO de meest duurzame optie is en eventueel alternatieven te bekijken, zoals bijvoorbeeld biomassa voor verwarming.

2. Stel een goede uitvraag op voor realisatie EN exploitatie

Het door de opdrachtgever uitbesteden van het ontwerp en de realisatie van een bouw- en installatieproject aan een aannemer is vanzelfsprekend, maar het uitbesteden van de gehele exploitatie hiervan is dat zeker niet. Veel organisaties (scholen, zorginstellingen, woningcorporaties, commerciële organisaties) met vastgoed in eigendom hebben vanuit de historie vaak een beheerafdeling die verantwoordelijk is voor het in standhouden van het gebouw en de techniek. Hier valt dus ook een WKO systeem onder. Vaak heeft deze afdeling geen invloed gehad op de totstandkoming ervan. Dit zou eigenlijk andersom moeten zijn: de partij of afdeling die verantwoordelijk is voor het beheer en de exploitatie van het systeem, moet leidend zijn in de ontwikkeling ervan. Dit betekent dat ofwel de ontwikkelaar ook de exploitatie moet doen ofwel dat de beheerafdeling nauw betrokken wordt bij het ontwerp en de ontwikkeling. Belangrijk hierin is het opstellen van een duidelijke uitvraag omdat de belangen van de opdrachtgever geborgd moeten zijn. Dit vraagt ambitie en durf van de opdrachtgever en geeft marktpartijen de kans om haar kennis en kunde in te brengen. Tegelijkertijd ligt het exploitatierisico ook voor 100% bij marktpartijen die daarom belang hebben bij een goed functionerende WKO.

3. Maak een exploitatiegericht ontwerp.

Bij traditioneel ontwerpen is vaak sprake van de ‘kaasschaafmethode’. Er is een initieel plan en in de diverse bezuinigingsrondes vervallen componenten om de realisatieprijs te drukken. Bij het laten vervallen van componenten kan worden gedacht aan afsluiters, filters en vereenvoudigde regeltechniek. Hierdoor is het in de exploitatiefase vaak kostbaar om de installatie te onderhouden en indien nodig aan te passen. Ook kan het zo zijn dat in geval van werkzaamheden de gehele installatie uit moet omdat de benodigde afsluiters ontbreken om een deel van de installatie uit bedrijf te nemen. Het verdient dus aanbeveling een exploitatiegericht ontwerp te maken, zodat de voordelen die er zijn in de exploitatiefase ook op het conto komen van de partij die hier initieel (extra) in heeft geïnvesteerd.

4. Zet in op technische kwaliteit over de gehele keten

Het aloude principe van een hogere initiële investering in kwaliteit en wat zich later terugbetaald, geldt ook voor het selecteren van de installatiecomponenten. De meeste realiserende partijen zijn zich hiervan bewust en selecteren dan ook A-merken voor de grote onderdelen in de installatie, zoals de warmtepompen en bronnen. Maar hier zit het venijn in de staart, het zijn namelijk ook de ‘kleinere’ componenten die het functioneren van de installatie beïnvloeden. Denk hierbij aan transportpompen, (regel)kleppen en temperatuur- en drukopnemers. De opnemers en sensoren zijn de ogen en oren van de installatie, als deze een verkeerde waarde registreren zal de hele aansturing van de installatie (dus ook van die warmtepomp van een A-merk) uit de pas lopen.

5. Zorg voor continue monitoring en laat prestaties zien.

Het doel van monitoring is om inzicht te hebben in stabiliteit van de warmte- en koudelevering en de performance van het systeem en dit te verbeteren. In de praktijk worden er twee systemen gebruikt voor monitoring van installaties: een gebouwbeheersysteem (GBS) en een energiemanagementsysteem (EMS). Het GBS levert realtime informatie op over het functioneren op dat moment en kan worden gebruikt om de installatie bij te sturen, door het wijzigen van instellingen en parameters. Een deskundige is ook in staat om op basis van het GBS een uitspraak te doen over de energetische prestatie van het systeem. De energieprestatie van het systeem kan tevens worden gemonitord met behulp van een energiemanagementsysteem. Door de juiste energiestromen te meten kan er managementinformatie gegenereerd worden over de prestatie van het systeem, het gaat hierbij over zaken als het totale systeemrendement, thermische bodembalans en stabiliteit van de levering. Het is van belang deze prestaties ook inzichtelijk te maken en te delen, zodat er transparantie en eenduidigheid ontstaat rondom het werkelijk functioneren van WKO systemen.

6. Werk aan partnerschap tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

Geven en nemen zijn sleutelwoorden in de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en zij dienen elkaar dan ook als (contract)partner te beschouwen. Contractuele afspraken over de te leveren kwaliteit zijn absoluut nodig, maar beide partijen accepteren van elkaar dat er met techniek en mensen wordt gewerkt die feilbaar zijn. Afwijkingen in contractuele afspraken mogen niet direct tot verbreking van het contract leiden, maar dienen wel voelbaar te zijn in de verdiensten van de exploitant.

7. Funfactor moet aanwezig zijn.

Goed functionerende WKO systemen zijn niet alleen nodig, maar zijn ook leuk. Als er met passie aan de installatie wordt gewerkt is dat van positieve invloed op het functioneren van het systeem. Van directie tot servicemonteur (‘from boardroom to boilerroom’) is er enthousiasme en inzet nodig om de duurzame installatie zo goed mogelijk te laten draaien.

Conclusie

Concluderend kan gesteld worden dat de WKO- ketting zo sterk is als de zwakste schakel. De zwakste schakel kan zitten in de techniek en in de organisatie rondom het project. Ogenschijnlijk kleine gebreken in installaties kunnen leiden tot grote gevolgen, namelijk het niet terugverdienen van een extra investering en het niet halen van duurzaamheidsambities.

Bron: Klaasjan van der Maas, Energievastgoed en Unica Ecopower