Dit is een website van Stimular
Ook van Stichting Stimular: Milieubarometer | MVO-balans | Kansen bij Verkassen | Duurzaam MKB

Duurzaamheidscertificaat voor Van Gogh Museum

Het Van Gogh Museum in Amsterdam heeft als eerste museum ter wereld het BREEAM-NL In Use duurzaamheidscertificaat met een score ‘Very Good’ ontvangen voor gebouw, beheer en gebruik. Een duurzaamheidscertificaat in een bestaand gebouw is al een opgave, maar de eisen die er aan een wereldberoemd museum worden gesteld zijn extra complex.

Behoud van kunst en duurzaamheid

Adriaan Dönszelmann, zakelijk directeur van het Van Gogh Museum: “Onze kerntaak is het behoud van het culturele erfgoed van Vincent van Gogh en daar hoort wat ons betreft ook bij hoe je verantwoord en duurzaam omgaat met het museumgebouw en de omgeving. Wij vinden dit belangrijk bij onze uitstraling richting bezoekers. Daarnaast heb je als bekend museum ook een voorbeeldfunctie.”

Quick wins

Bij alles wat het museum doet staat het in goede conditie houden van de kunstwerken op de eerste plaats. In 2010 begon het museum met het oppakken van quick wins voor duurzaamheid. Dit hield in:

  • Het terugdringen van energieverspilling;
  • geen spullen bestellen die je niet nodig hebt;
  • afval scheiden;
  • bezoek en medewerkers motiveren om gebruik te maken van het openbaar vervoer.

Natuurlijke momenten

Voor de verduurzaming van het pand zelf is gekozen om gebruik te maken van de natuurlijke vervangmomenten. Dus op het moment dat iets aan vervanging toe vervangt het museum het door de duurzame variant. De komende jaren gaat het museum hiermee nog verder. Een voorbeeld van zo’n natuurlijk moment is de vervanging van het licht in de kantoren en ruimtes van de technische dienst onder het gebouw. Die zijn op dit moment nog verlicht met halogeen en spaarlampen. Verlichting met led is duurzamer, maar, wordt pas toegepast op het moment dat de armaturen aan het eind van hun levensduur zijn. Wat betreft verlichting is het voor het museum op dit moment nog niet mogelijk om de maximale besparing er uit te halen.

Luchtvochtigheid

In een museum is luchtvochtigheid een belangrijk item, omdat het de kwaliteit van de kunstwerken kan beïnvloeden. Per dag komen er 4000 bezoekers, die bij regen met natte kleren binnenkomen en de volgende dag droog met zon. Voelers meten de luchtvochtigheid en temperatuur. Vroeger was er één grote verwarmingsketel die de temperatuur regelde en lucht het gebouw inblies, onafhankelijk of daar nu noodzaak toe was of niet. Nu zijn er vier hoog rendementsketels, die heel vraaggestuurd kunnen reageren. Daardoor wordt veel veel energie bespaard. Het dak is voorzien van een 30 centimeter dik isolatiepakket en de oude daglichtkoepels op het dak zijn vervangen door nieuwe koepels met beter licht en tevens een betere isolatie. Ruimte voor zonnepanelen was er niet. Door deze goede isolatie is er overdag weinig verwarming nodig. Het publiek verwarmd het museum voldoende.

WKO

In het ketelhuis onder het gebouw staat een grote warmte-koude opslag (wko), gekoppeld aan de eigen installatie. De wateropslag bevindt zich op 150 meter diepte. Het warme water op een temperatuur van 13 graden Celsius en het koude water op een temperatuur van plusminus 7 graden Celsius. De installatie was een flinke investering, maar is rendabel door de energiebesparing die het oplevert.

Energie die na alle besparende maatregelen nog ingekocht wordt is afkomstig van Nederlandse windmolens.

Bron: Duurzaam Gebouwd