Dit is een website van Stimular
Ook van Stichting Stimular: Milieubarometer | MVO-balans | Kansen bij Verkassen | Duurzaam MKB

Museum

Veel gemeenten hebben een of meer gemeentelijke musea. Vandaar dat milieuzorg in musea op deze website is opgenomen. U vindt hier geen compleet handboek of overzicht van maatregelen, maar enkele aansprekende voorbeelden.

Activiteiten die niet specifiek zijn voor musea zoals Kantoor en Schoonmaak vindt u op andere pagina's van deze website.

Milieuzorg

De aanpak van milieuzorg in een museum verschilt niet sterk van die binnen andere organisatieonderdelen. Wel zijn de milieuaspecten van musea anders, omdat activiteiten anders zijn. Klimaatbeheersing, ongediertebestrijding en restauratie zijn voorbeelden hiervan.

De studente Maya de Best schreef een Afstudeerscriptie over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen bij musea.

In 2012 hebben twaalf musea en dagattracties uit de Duurzaamheidskring Haagse Musea de Milieubarometer ingevuld. Op basis daarvan heeft Stichting Stimular een gemiddelde milieuscore voor musea bepaald.

Het Van Gog Museum ontving een duurzaamheidscertificaat. Dit is voor hen een handvat voor het blijven verbeteren van de duurzaamheid van het museum.

Collectievorming

De museale waarde van een object is bepalend bij de verwerving van een object. Naast deze overweging zijn er ook andere afwegingen om een object al dan niet te verwerven die bijdragen aan minder milieubelasting:
  • Kleinere objecten hebben minder ruimte nodig
  • Beperken tot kwalitatief goede stukken vermindert de benodigde restauratie en daarmee materiaal en energiegebruik
  • Beperken van de collectie betekent minder opslagruimte die geklimatiseerd hoeft te worden
  • Objecten die veel stroom verbruiken zijn vaak kwetsbaarder

Conservering

Bij conservering van de collectie worden meestal twee sporen gevolgd. Aan de ene kant wordt geprobeerd objecten zo lang mogelijk te behouden en plagen en schade te voorkomen. Aan de andere kant is restauratie van objecten op den duur onvermijdelijk indien deze objecten behouden moeten worden. Deze twee vormen van conservering worden passieve en actieve conservering genoemd.

Passieve conservering

Warmte, vocht en vuil vormen de perfecte omstandigheden voor het onstaan van plagen. Met behulp van een goed binnenklimaat kan schade door licht, ongedierte en micro-organismen worden beperkt. Belangrijkste kenmerken van een goed binnenklimaat zijn:

  • Een constante temperatuur
  • Een constante relatieve vochtigheid
  • Beperking van fel kunstlicht en/of zonlicht
  • Beperking van luchtverontreiniging en andere vervuiling
Met behulp van een goede regeling is het mogelijk om temperatuur en relatieve vochtigheid constant te houden en verlichting, zonwering en luchtbehandeling te regelen. Milieuvoordelen van zo'n regeling zijn:
  • Energiebesparing door het effieciënt schakelen van verlichting, klimaatregeling, ventilatie en daglichttoetreding
  • Materialen en energie worden bespaard doordat plagen minder voorkomen en objecten minder snel gerestaureerd hoeven te worden
Enkele voorbeelden op het gebied een goede binnenklimaat regeling voor een museum zijn:
  • Minder klimaatcontrole
  • Warmtepomp
    • Het Rijksmuseum Amsterdam maakt gebruik van warmtepompen voor warmte/koude opslag
    • Het Rijksmuseum Twente heeft warmtepompen voor warmte/koude opslag in combinatie met luchtbehandeling
  • Gebouwbeheersysteem

Actieve conservering

Bij natuurlijke veroudering of schade door een plaag is conservering van objecten nodig. Een streng collectiebeleid kan overbodige restauraties en behandelingen voorkomen. Dit spaart energie, grondstoffen, chemicalien en/of bestrijdingsmiddelen:

Indien restauratie nodig is, zijn het gebruik van energie, grondstoffen en chemicaliën en/of bestrijdingsmiddelen belangrijke milieuaspecten. Een voorbeeld van een milieuvriendelijke conserveringsmethode is:
  • De Controlled Atmosphere techniek (ook CO2-begassing genoemd) gebruikt door het Wereldmuseum Rotterdam. Voor meer informatie kunt u terecht op de site van Ecogen.

Opslag in depot

In het depot van een musem liggen ook belangrijke mogelijkheden om energie te besparen:
  • In Rotterdam wordt er door verschillende musea één depot gedeeld. Lees verder...

Tentoonstelling

Bij de ontwikkeling en de opbouw van tentoonstellingen zijn veel milieubesparingen mogelijk.

Verlichting

  • Gebruik bewegingssensoren die de verlichting automatisch regelen
    • Schatkamers van het Wereldmuseum creërt met weinig licht een spannende omgeving. De voorwerpen worden mooi uitgelicht. Een nadeel is dat (oudere) bezoekers de bordjes niet goed kunnen lezen.
    Installeer energie-zuinige verlichting (LED, spaarlampen, halogeen)
    • Nieuw Rijksmuseum verlicht met Philips LED-verlichting
    • Museum Rotterdam kan 20.000 kWh (€2000) besparen
    • Het Joods Historisch Museum heeft in hun nieuwe lichtplan gebruik gemaakt van halogeenspots, deze zijn 30% energie-efficiënter als standaard museum lampen. Lees meer...
    • Een aantal musea hebben gebruik gemaakt van LED-verlichting voor belichting van de collectie. Lees verder...
  • Gebruik daglicht waar mogelijk

Audiovisuele apparatuur

  • Laat apparatuur door bezoekers inschakelen
  • Installeer sensoren die apparatuur inschakelen
  • Plan voorstellingen op vaste tijden, zodat de bezoekers allemaal tegelijk gaan kijken

Materialen (her)gebruik

  • Gebruik materialen van eerdere tentoonstellingen of andere musea
  • Gebruik van systemen die meerdere keren inzetbaar zijn
  • Gebruik milieuvriendelijke grondstoffen (met milieukeurmerk)
    • Koop, net als het Stedelijk Museum Schiedam, hout met FSC-label (Forest Stewardship Control) een keurmerk voor duurzaam en maatschappelijk verantwoord bosbeheer Lees meer...
    • Koop tapijttegels met GUT-keurmerk (Gemeinschaft Umweltfreundlicher Teppichboden) Een keurmerk voor duurzaam tapijt Lees meer...
  • Zorg voor een goede afvoer van resten verf, textiel, etc.
    • Het museum Boijmans van Beuningen schenkt oude verfresten aan stichting Scrap Lees Verder...
  • Hang op meerdere plaatsen in het museum plattegronden op in plaats van aan iedere bezoeker een plattegrond uit te delen

PR

Veel musea hebben compacte folders. Dit is goed voor het milieu en het budget. De volgende tips voor mileuvriendelijker drukwerk zijn mogelijk:
  • Kies een klein formaat voor strooifolders en flyers.
  • Stem het formaat af op het formaat van de druk, zo is het papierverlies bij het snijden beperkt
  • Kies, waar het kan, voor dubbelzijdig bedrukken
  • Kijk naar de restanten van vorige acties en denk goed na over de grote van de nieuwe oplage
  • Probeer drukwerk zo gericht mogelijk te verspreiden. Wie tot het doelpubliek behoort, kan uitgezocht worden door een promotieploeg mensen aan te laten spreken. Een woordje uitleg zal snel leren of het zin heeft iemand een flyer te geven. Op die manier vermindert de oplage (en de kosten) zonder het bereik te beknotten
  • Drukwerk hoeft niet altijd vierkleuren drukwerk te zijn, drukwerk in één of twee kleuren of een inktarme vormgeving kan visueel even sterk zijn
  • Vraag de drukker om plantaardige inkt(en) te gebruiken
  • Gebruik milieuvriendelijke papiersoorten, totaal chloorvrij gebleekt, met milieukeurmerk, kringlooppapier en/of papier van FSC-hout
  • Laat zien dat er op het milieu gelet wordt: laat in het onderschrift van het drukwerk een passende tekst zetten (bijvoorbeeld: 'Gedrukt op milieuvriendelijk papier, met inkt op plantaardige basis')
Voor meer informatie kijk op de pagina communicatiemiddelen.

Catering

Bij de catering zijn er ook mogelijkheden voor milieubesparing. Voorbeelden hiervan zijn het toekomstplan Wereldmuseum Rotterdam en de catering bij het Stedelijk museum Schiedam. Voor meer informatie kijk op de pagina catering.