Dit is een website van Stimular
Ook van Stichting Stimular: Milieubarometer | MVO-balans | Kansen bij Verkassen | Duurzaam MKB

Klimaatcontrole musea schadelijk

Klimaatinstallaties in musea kunnen schade veroorzaken aan monumentale museumpanden, te veel energie verbruiken en een risico vormen voor de collectie. Dat blijkt uit onderzoek van Marco Martens, onderzoeker aan de Technische Universiteit Eindhoven, naar het klimaat in 21 Nederlandse en Vlaamse musea.

Onderzoek

Martens (faculteit Bouwkunde) deed onderzoek naar schadeprocessen aan museumstukken om antwoord te krijgen op de vraag: hoe nauwkeurig moet de temperatuur en relatieve vochtigheid geregeld zijn, om schade aan de museumcollecties zoveel mogelijk te beperken? Uit het onderzoek van Martens blijkt dat het voor een groot deel van de collecties helemaal niet zo nauwkeurig hoeft als gangbaar is in veel musea. Een binnenklimaat dat langzaam varieert met de seizoenen, is in de meeste gevallen geen probleem.

Een bijkomend nadeel van klimaatinstallaties zijn storingen. Wanneer bijvoorbeeld ’s winters een bevochtiger uitvalt wordt de lucht binnen ineens kurkdroog. Daardoor kunnen de objecten scheuren die hiervoor gevoelig zijn. In het Museum voor Oude Kunst in Brussel liepen in 2009 honderden doeken schade op door een defect aan de installatie. Het is geen uitzondering dat een installatie uitvalt.

Schade aan monumenten

Ook keek Martens naar het risico op schade aan de monumentale museumpanden. Dat blijkt aanzienlijk, door het grote verschil tussen het binnenklimaat en het weer buiten. Uit simulaties en praktijkvoorbeelden blijkt dat zich in de muren vaak vocht ophoopt, waardoor bijvoorbeeld eeuwenoude balken gaan rotten. Ook zijn er voor het aanbrengen van de installaties vaak grote ingrepen in de monumentale panden nodig geweest, waardoor ze zijn aangetast.

Simpeler is beter

Veel musea zouden het grotendeels zonder de speciale installaties kunnen stellen. Een verwarming, gebaseerd op radiatoren en de inzet van bevochtigers voor noodgevallen, en slim gebruik hiervan, is vaak genoeg. Alleen voor een klein deel van de collectie zijn dan speciale maatregelen nodig. Martens pleit voor minder strenge richtlijnen en regels voor klimaatbeheersing in Musea. Voor de museumwereld is dat een nieuwe manier van denken, omdat er sinds het Deltaplan voor het Cultuurbehoud (1990) veel geïnvesteerd is in klimaatinstallaties. Maar het biedt wel kansen: een duidelijk lagere energierekening, geen schimmel in de gebouwen en toch goed beschermde museumcollecties.

Naar de knoppen

Martens was de eerste spreker op het symposium ‘Naar de knoppen’ (17 februari 2011) waar de museumwereld geïnformeerd werd over de laatste stand van zaken en de tussenresultaten van lopende onderzoeken. Praktische vragen, zoals ‘Kan ik mijn klimaatinstallatie ook uitzetten?’, worden aangevuld met meer complexe zaken als ‘Hoe voorzie ik een nieuw depot van de juiste klimatisering?’ De uitkomst van dit symposium is samewngevat in de rapportage 'Het binnenklimaat in het programma van eisen'.

Bron: NRC van 19 februari 2011 en cultuurbeleid.nl