Dit is een website van Stimular
Ook van Stichting Stimular: Milieubarometer | MVO-balans | Kansen bij Verkassen | Duurzaam MKB

Bijdragen aan de verbetering van de bijenstand en biodiversiteit

Bijen (en in het bijzonder honingbijen en hommels) zijn van groot belang voor het bestuiven van cultuurgewassen. Verder zijn alle bijen zeer belangrijk voor de bestuiving en kruisbestuiving van de wilde flora.

De honingbijen, wilde bijen en vlinders hebben het moeilijk. In november 2008 heeft het Europese Parlement een resolutie aangenomen die bij de lidstaten aandringt op maatregelen die bijen beschermen en die hun voedselvoorziening (dracht) verbeteren. De verbetering van de dracht ligt grotendeels in handen van bestuurders, boeren, groenbeheerders en hoveniers. De centrale vraag is nu wat groenbeheerders en hoveniers in de praktijk kunnen bijdragen aan verbetering van de bijenstand en de biodiversiteit.

Soortkeuze

In alle categorieën bloemplanten komen veel soorten voor die door bijen en vlinders worden bezocht, zoals eenjarigen, tweejarigen, vaste planten, bollen, bomen, struiken en klim- en gevelplanten, kuip en potplanten; zelfs ook bij water- en moerasplanten. Er is voor vrijwel alle milieuomstandigheden en situaties voldoende keus.

Spreiding in bloeiperioden

Hoe constanter het aanbod des te beter. Als het kan met een licht accent op juli-september want dan zijn er enkele dippen in de voedselvoorziening. Dit worden drachtpauzes genoemd.

Soortechtheid

Enkelbloemige en niet te sterk doorgekweekte soorten doen het in de regel beter dan dubbelbloemige soorten die vaak door bijen worden gemeden.

Afstemming op de bodemeigenschappen

Veel planten kunnen nog redelijk groeien op een, ecologische gezien, te droge bodem. Maar dat gaat vaak gepaard met het stoppen of een sterke vermindering van de nectarafscheiding. Een voorbeeld: Astilbe groeit en bloeit nog goed in een vochthoudende bodem die ogenschijnlijk droog kan zijn, maar in deze situatie zullen er geen bijen op vliegen. Als deze plant in goed vochtige, maar niet natte bodem groeit, kan hij bij een redelijke luchtvochtigheid veel bijen aantrekken.

Afstemming op lichtcondities

Veel planten kunnen nog redelijk goed in de schaduw groeien, maar dat gaat vaak gepaard met een afname van de bloei. In allerlei handboeken wordt dat vaak niet vermeld.

Bloeigericht snoeien

Het snoeien van heesters moet worden afgestemd op de bloei. Zo is Lonicera nitidata een zeer goede nectarleverancier, maar als die in de winter of herfst wordt afgemaaid wordt deze plant waardeloos voor bloembezoekende insecten. Men moet zich dus zeer bewust zijn of een houtige soort op eenjarig of op overjarig hout bloeit. Veel soorten die op eenjarig hout bloeien komen niet tot bloei als ze als reactie op een te sterke snoei te hard gaan groeien. De keuze voor heesters en evengoed bomen betekent tegelijkertijd een keuze voor het beheer daarvan.

Ecologisch groenbeheer

Dat is het belangrijkste instrument om de bijenstand te bevorderen en de totale biodiversiteit te verbeteren. Dat moet onder meer worden afgestemd op de bloei en zaadvorming van planten. Voor zover dat kruidachtige vegetaties betreft, betekent dat maaien op het juiste tijdstip, en afvoeren van maaisel binnen de termijn die daar voor staat. Afvoeren van maaisel werkt kostenverhogend, maar de maatschappelijke kosten om het anders te doen kunnen op langer termijn aanzienlijk hoger zijn.

Chemisch beheer vermijden

Bijen zijn extreem gevoelig voor chemisch beheer, vooral als dat in groeiseizoen plaatsvindt.

Speciale toepassingen

Veel van de 1200 soorten planten die in het plantenvademecum worden genoemd kunnen worden toegepast in de openbare en semiopenbare ruimte. Dit geldt zowel voor cultuurlijke als natuurlijke begroeiingen. Bijvoorbeeld Nepeta die als afscheidingsgroen tussen trottoirs en rijweg kunnen worden aangeplant. Veel stinzen- en bosplanten kunnen zonder veel extra beheer onder houtige beplantingen worden geïntroduceerd. Gevel- en tegeltuinen, vasteplantenborders binnen de bebouwing bieden eveneens mogelijkheden voor bloembezoekende insecten die soms op de meest stedelijke plekken talrijk kunnen voorkomen.

Op initiatief van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging is het plantenvademecum samengesteld met een daarbij behorende Cd-rom voor ecologisch verantwoord groenbeheer. Daarin worden 1200 plantensoorten genoemd die door honingbijen, hommels, andere wilde bijen en vlinders worden bezocht voor stuifmeel en nectar. Op de Cd-rom worden voor vrijwel alle situaties buiten de officiële natuurgebieden richtlijnen gegeven voor het ecologisch/bijen- en vlindervriendelijk beheer. Van de Cd-rom is maart 2009 een vernieuwde versie verschenen (te bestellen bij diverse boekenzaken, ISBN 978.90.5956.172.4).

Bron: Arie Koster (Van Hall Larenstein)